De Heilige Franciscus van Paolo (1416-1507). Geboren uit zeer geringe ouders in Calabrie. God verheerlijkte hem tijdens en na zijn dood met ontelbaar veel wonderen.
Uit een brief van de Heilige:
''Broeders, ernstig vermaan ik u: bewerk met verstand en zorgvuldigheid de redding van uw zielen. De dood is een feit, het leven maar kort en verdwijnen zal het als rook. Richt dus uw aandacht op het lijden van Onze Heer Jezus Christus. Want Hij brandde van zo'n grote liefde voor ons, dat Hij uit de Hemel is neergedaald om ons te verlossen. Voor ons heeft Hij alle lichamelijke en geestelijke kwellingen geleden en is voor geen marteling teruggeschrikt. Hij heeft ons een volmaakt voorbeeld gegeven van liefde en geduld. Daarom moeten ook wij het geduld beoefenen, wanneer de dingen tegen ons zijn.''
2 april 2025
30 maart 2025
Lætare Jerusalem (Introitus)
Latijn Lætare Jerusalem: et conventum facite, omnes qui diligitis eam: gaudete cum lætitia, qui in tristitia fuistis: ut exsultetis, et satiemini ab uberibus consolationis vestræ. Lætatus sum in his quæ dicta sunt mihi: in domum Domini ibimus. | Nederlands Verheug u, Jeruzalem, komt bijeen, gij allen, die deze stad liefhebt; verheugt en verblijdt u, gij die vol droefheid waart; nu moet gij juichen, en u verzadigen aan de troost, die zij, moeder, u schenkt. (Is. 66, 10-11) Ik was blij, dat mij gezegd werd: Wij trekken op naar het huis des Heren. (Ps. 121, 1) |
Vierde zondag van de vasten - Zondag Laetare
![]() |
Zondag Laetare: Een glimp van vreugde te midden van de droefheid. |
Epistel
Gal. 4, 22-31
Broeders, er staat geschreven, dat Abraham twee zonen had: één bij zijn slavin, en één bij zij vrijgeboren vrouw. Maar die van de slavin werd geboren op gewoon-natuurlijke wijze; die van de vrije vrouw echter krachtens de belofte. Deze dingen hebben een diepere zin. Het zijn twee verbonden. Het ene is van de berg Sinai; het brengt slavenkinderen voort. En dat is Agar; want de berg Sinai is gelegen in Arabië. En deze houdt verband met het Jeruzalem van thans, dat immers met haar kinderen verkeert in slavernij. Maar het andere, het Jeruzalem van boven, is vrij; en dat is de moeder van ons. Er staat immers geschreven: "Verblijd u, gij onvruchtbare, die geen kinderen voortbrengt; breek uit in gejubel, gij, die geen moedersmart kent; want de kinderen van de vrouw die verlaten staat, zijn talrijker dan die van haar, die de man bij zich heeft." En wij, broeders, wij zijn – evenals Isaac – kinderen van belofte. Maar zoals destijds de zoon, die naar het vlees geboren was, de ander vervolgde, die was geboren naar de geest, zo geschiedt het ook nu. Maar wat zegt de Schrift? "Jaag de slavin met haar zoon weg; want de zoon van de slavin zal niet meeërven met de zoon van de vrije vrouw." Derhalve, broeders, wij zijn geen slavenkinderen, maar kinderen van de vrije vrouw. En deze vrijheid heeft Christus ons bewerkt.
Evangelie
Joh. 6, 1-15
In die tijd begaf Jezus Zich naar de overzijde van het meer van Galilea of Tiberias. En een grote menigte volgde Hem, omdat zij de wonderen zagen, die Hij aan de zieken verrichtte. Dan besteeg Jezus het gebergte en zette Zich daar neer met Zijn leerlingen. Het was kort vóór Pasen, het grote feest van de joden. Toen Jezus de ogen opsloeg en zag, dat er zeer veel volk tot Hem kwam, zei Hij tot Philippus : Wáár zullen wij brood kopen, opdat zij wat te eten hebben? Hij zei dit echter, om hem op de proef te stellen, want Hij voor Zich wist wel, wat Hij zou doen. Philippus gaf Hem ten antwoord: Voor tweehonderd tienlingen brood is nog niet genoeg voor hen, om voor ieder ook maar een weinig te kunnen krijgen! Toen zei Hem een van Zijn leerlingen, Andreas, de broeder van Simon Petrus: Hier is een jongen, die vijf gerstebroden heeft en twee vissen; maar wat betekent dat voor zovelen! Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. – Er was namelijk veel gras daar ter plaatse – Zij zetten zich dan neder, de mannen ongeveer vijfduizend in getal. Toen nam Jezus de broden, sprak een dankgebed en deelde er van uit aan hen, die daar gezeten waren; eveneens ook van de vissen, zoveel als ieder wenste. En toen zij verzadigd waren, zei Hij tot Zijn leerlingen: Verzamelt de overgebleven brokken, opdat ze niet verloren gaan! Zij verzamelden ze dan, en vulden twaalf korven met brokken, die er van de vijf gerstebroden waren overgebleven, nadat zij gegeten hadden. Toen nu die mensen het wonder zagen, dat Jezus verricht had, zeiden zij: Deze is werkelijk de Profeet, die in de wereld moet komen! Maar Jezus begreep, dat zij zouden komen, om Hem mee te nemen en koning te maken; daarom trok Hij Zich weer terug in het gebergte. Hij alleen.
Overweging
![]() |
Verheug u, Jeruzalem! |
Wij zijn kinderen van de vrijheid, de vrijheid die Christus ons gaf in Zijn genade. Door de Kerk zijn wij vrij van de dood van de zonde. Verheug u, Jeruzalem, zo begint de intrede van de Mis van vandaag. Dit verheugen vindt zijn volle werkelijkheid in de Kerk, het nieuwe Jeruzalem.
De heilige apostel Paulus beschrijft in zijn epistel onze vrijheid als volgt: wij zijn immers geboren uit het geestelijk Jeruzalem, dat is de heilige Kerk, die geen slavin maar de vrije bruid van Jezus Christus is. Laat ons nooit door de zonden slaven van de duivel en van onze driften zijn, anders zouden ook wij, zoals de zoon van Abrahams slavin, verstoten worden en onwaardig verklaard om mede-erfgenaam te zijn van Jezus Christus.
Abraham had twee zonen, een van de slavin Agar en een van Sara, de vrije vrouw. De zoon van de slavin werd naar het vlees geboren, die van de vrije vrouw echter werd geboren uit de kracht van de belofte, die God aan Abraham had gedaan. Dit alles heeft een diepe zinnebeeldende betekenis: het verbeeldt de twee testamenten. Het eerste of oude verbond, dat op de berg Sinaï werd aangegaan, baart tot dienstbaarheid en wordt door de slavin Agar voorgesteld, want de Sinaï is een berg in Arabië die met het aardse Jeruzalem overeenkomt, het aardse Jeruzalem dat de mensheid niet zelf uit de zonde kon verlossen. Maar het hemels Jeruzalem van hierboven is vrij en dit is onze Moeder, de Kerk, het nieuwe verbond, waardoor wij gered zullen worden.
“Verblijd u, onvruchtbare, die niet baart; jubel in vreugde, gij die niet ter wereld brengt, want de eenzame heeft vele kinderen.” Wij zijn kinderen van de belofte, zoals Isaac, want wij zijn naar Gods belofte uit de vrije wettige bruid, de heilige Kerk, geboren. Wij zijn dus geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw, krachtens de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt.
Het hoofdthema dat de apostel Paulus vandaag schildert is de vrijheid van Christus en de vrijheid in Christus. Niet altijd zijn wij ons de vrijheid bewust, die ons gegeven werd juist door de diepe verbondenheid met de Zoon van God. Hij heeft ons immers van de zonde vrijgemaakt, Hij heeft het ons mogelijk gemaakt naar God op te zien, niet als slaven en knechten, maar als hoopvolle kinderen.
Zouden wij dan niet reeds uit dankbaarheid hiervoor moeten leven in de vrijheid die bestaat in het loslaten van zonden? Zouden wij niet moeten leven in het bewustzijn van de goedheid van de Vader en van de eeuwige eindbestemming die ons wacht? Beseffen wij wel hoe de liefde van Jezus Christus ons als het ware achtervolgt? Denk eens aan hoe vaak Hij u heeft vergeven. Deze vergeving heeft Hij trouwens voor ons verdiend door Zijn bitter lijden en door Zijn gehoorzaamheid aan de Vader, tot in de dood, de dood op het Kruishout. Door het lijden toonde Hij ons Zijn liefde.
Er zijn genoeg redenen tot vreugde, want de goddelijke liefde is volkomen. Verheugen wij ons daarover, maar laten wij tegelijkertijd deze goddelijke goedheid niet misbruiken door te leven in zorgeloze middelmatigheid, want wij zijn geroepen tot volkomenheid.
29 maart 2025
Aanvang zomertijd: Komende nacht gaat de klok één uur vooruit
Vannacht om 2.00 uur gaat de zomertijd in. Dat betekent dat de klok één uur vooruit wordt gezet.
Morgen viert de Kerk zondag Laetare ofwel halfvasten: een glimp van vreugde te midden van de droefheid. Om 11.00 uur (zomertijd) begint de gezongen Hoogmis. Gelezen H.H. Missen zijn er om 9.45 en om 12.45 uur.
Vastenactie 2025
Dit jaar willen we met onze vastenactie de prolife-activiteiten in Nederland ondersteunen. Ongetwijfeld hebt u via de media vernomen dat het aantal abortussen in ons land de laatste jaren explosief is gestegen (2022: 35.606; 2023: 39.332). Inmiddels wordt bijna 11% van de zwangerschappen provocatief beëindigd! Circa 5.000 abortussen vinden plaats tussen 13 en 24 weken zwangerschap, waarbij het ongeboren kind zich steeds meer – tot in de kleinste details – heeft ontwikkeld. (Vele zwangerschappen worden al beëindigd door het gebruik van door de Kerk verboden voorbehoedmiddelen. 'Behoed': Wie? Waartegen?)
De Kerk leert dat abortus een intrinsiek kwaad is en een misdaad tegen het menselijk leven, de menselijke waardigheid en vrijheid, omdat het moord (directe opzettelijke doodslag) is op een menselijk wezen, zelfs al is het een ongeboren persoon. Die persoon heeft vanaf de conceptie een ziel van God gekregen en verdient daarom bescherming.
Aan deze vastenactie – die gaat over leven en dood – kunt u bijdragen door uw actie en gebed en/of door uw vastenoffer over te maken op bankrekening
NL48 ABNA 0589 9700 89
ten name van Parochie H. Jozef onder vermelding van 'vastenoffer 2025'.
Op Aswoensdag begon de 40-Days-for-Life-gebedsactie voor het ongeboren leven. Uw deelname is van cruciaal belang! Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met Maru Broekroelofs via telefoonnummer 06-20653425 of per e-mail: 40daysheemstede@gmail.com.
28 maart 2025
Gebed tot de gekruisigde Jezus
Aan gelovigen die op vrijdagen in de Vasten na de communie dit gebed bidden voor een afbeelding van de gekruisigde Christus wordt - onder de gebruikelijke voorwaarden van biecht, heilige communie en gebeden voor de intenties van de Paus - een volle aflaat verleend. Op andere dagen van het jaar kan men een gedeeltelijke aflaat verkrijgen.
Latijn
En ego, o bone et dulcissime Iesu, ante conspectum tuum genibus me provolvo, ac maximo animi ardore te oro atque obtestor, ut meum in cor vividos fidei, spei et caritatis sensus, atque veram peccatorum meorum paenitentiam, eaque emendandi firmissimam voluntatem velis imprimere; dum magno animi affectu et dolore tua quinque vulnera mecum ipse considero ac mente contemplor, illud prae oculis habens, quod iam in ore ponebat tuo David propheta de te, o bone Iesu: Foderunt manus meas et pedes meos: dinumeraverunt omnia ossa mea. Amen.
Nederlands
O goede en allerzoetste Jezus, zie ik werp mij in Uw tegenwoordigheid op de knieën en ik bid en smeek U met al de vurigheid van mijn ziel dat Gij U gewaardigt in mijn hart te drukken levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde, een oprecht berouw over mijn zonden en de vaste wil mij te beteren, terwijl ik in mijzelf met grote aandoening en droefheid Uw vijf Wonden overweeg en in de geest beschouw, voor ogen hebbende hetgeen de profeet David U reeds deed voorzeggen van Uzelf, o goede Jezus: Zij hebben Mijn handen en Mijn voeten doorboord, zij hebben al Mijn beenderen geteld.
Onze Vader...
Wees gegroet...
Eer aan de...
27 maart 2025
Kruiswegoefening op vrijdag
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.
Morgen - en op alle vrijdagen in de vasten - wordt rond 11.45 uur (aansluitend op de heilige Mis) in onze kerk de kruisweg gebeden.
Daarna is er een korte kruisverering.
Informatiebulletin elke maand per e-mail
Wilt u het maandelijkse Informatiebulletin, een uitgave van onze parochie, voortaan als eerste per e-mail ontvangen? Stuurt u dan een (lege) e-mail naar bulletin@agneskerk.org met als onderwerp: “Bulletin: ja”.
25 maart 2025
25 maart: Maria Boodschap, hoogfeest
De Kerk viert op 25 maart, negen maanden vóór Kerstmis, de ontvangenis van Jezus Christus. Deze gebeurtenis valt samen met de verschijning van de aartsengel Gabriël aan de heilige maagd Maria, waarbij de engel haar de Menswording van God aankondigt.
In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. De engel trad bij haar binnen en zei: `Verheug u, begenadigde, de Heer is met u.' Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ ‘Maar hoe moet dat dan?' zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.' De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.' Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.' Toen ging de engel van haar weg.
Op deze dag vieren wij het begin van onze verlossing, de vervulling van het profetische woord zoals dit in het Evangelie wordt vermeld: 'Zie de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen' (Mt. 1,23), de intrede van Christus in deze wereld: 'Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid...Ik ben gekomen, o God, om Uw wil te doen' (Heb. 10,5-7).
De Kerk die - als een van de weinige in deze wereld - opkomt voor het ongeboren menselijk leven, ziet in het feest van Maria Boodschap een getuigenis van de waardigheid van de mens vanaf zijn conceptie tot aan zijn natuurlijke dood. Er wordt immers verkondigd dat de Zoon van God al bij de Annunciatie Zijn intrede in de wereld deed. De Incarnatie begint dus bij Christus' ontvangenis en niet pas bij Zijn geboorte.
In Nazareth wordt Maria Boodschap luisterrijk gevierd in de kerk van de Annunciatie (ook wel Verkondigingsbasiliek genoemd). Dit heiligdom is gebouwd op de fundamenten van kerken uit de Byzantijnse tijd en de kruisvaardersperiode. Op die plaats kreeg Maria de verschijning van Gabriël.
24 maart 2025
24 maart: Heilige Gabriël, aartsengel (gedachtenis)
De aartsengel Gabriël treedt twee keer op in het boek Daniël in het Oude Testament. In Daniël 8, 15-26 wordt een visioen van de profeet beschreven. Daarin verschijnt hem iemand 'die er uitzag als een man'. Een stem vanuit de verte over het Ulaikanaal beveelt Gabriël ervoor te zorgen dat Daniël zijn visioen begrijpt.
In hoofdstuk 9, vers 21, van datzelfde Bijbelboek vliegt Gabriël tijdens het gebed van Daniël naar hem toe om uitleg te geven over hoe en wanneer God de zonden van de Israëlieten zal vergeven.
In het Boek Henoch wordt Gabriël beschreven als 'een van de heilige engelen, die aangesteld is over het paradijs, de slangen en de Cherubijnen' (1 Henoch 20, 7-8).
In de joodse traditie wordt Gabriël niet alleen als boodschapper van God beschouwd, maar ook als de ‘engel des doods’.
Gabriël komt ook twee maal voor in het Evangelie volgens Lucas. In Lucas 1, 11-20 kondigt een engel aan Zacharias de geboorte van zijn zoon, Johannes de Doper, aan. Zacharias vraagt hem of die boodschap wel juist is. Hierop antwoordt de engel: "Ik ben Gabriël die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben gezonden om je dit goede nieuws te brengen."
De belangrijkste rol van Gabriël beschrijft Lucas in hoofdstuk 1, 26-38, als hij aan de maagd Maria aankondigt dat zij – in haar maagdelijkheid – zwanger zal worden, en een zoon zal baren die Jezus, Zoon van de Allerhoogste, zal worden genoemd. Deze gebeurtenis noemen we Annunciatie of Maria Boodschap, een van de grootste christelijke feesten, dat we op 25 maart (morgen), precies negen maanden vóór Kerstmis, vieren.
Bij de Annunciatie wordt Gabriël vaak afgebeeld met witte lelies in zijn hand, als symbool van de maagdelijkheid van Maria. Soms ook met een bazuin, als symbool van de aankondiging van Jezus’ geboorte. Indien hij alleen wordt afgebeeld, dan draagt hij vaak een scepter, als teken van door God gegeven autoriteit.
In 1946 publiceerde Gabriël Smit een boekje over heiligen voor kinderen. Daarin komt ook een rijmpje voor over de aartsengel Gabriël:
Sint Gabriël, die vlug en zacht,
de Maagd de liefste boodschap bracht,
zij heeft uw tijding blij aanvaard
al bleef geen droefheid haar gespaard.
Kom bij mij engel, als 'k vergeet
wat Jezus’ Moeder voor ons leed.
23 maart 2025
O Jesu zoet
O Jesu zoet,
gekleurd met bloed
door kroon en geselroede.
Waar gaat Gij heen;
zijn Uwe leên,
Uw hart niet lijdensmoede?
Jezus, ik vrage:
Waarom gedragen
't hout van de schande naar Golgotha?
Onschuldig Lam,
wat ik niet nam
tot boeting mijner zonden.
Hebt Gij zo blij
getorst voor mij
Uw liefde sloeg U wonden.
Jezus, ik vrage:
Waarom gedragen
't hout van de schande naar Golgotha?
O Jesu zoet,
geef mij de moed
om 't kruis met U te dragen.
Hoe zwaar het zij,
Uw kracht zal mij
bij 't zwakke pogen schragen.
Jezus, ik vrage:
Waarom gedragen
't hout van de schande naar Golgotha?
Derde zondag van de vasten
Epistel
Ef. 5, 1-9
Broeders, weest navolgers van God, als Zijn veelgeliefde kinderen; en leeft in liefde, zoals ook Christus ons heeft liefgehad en Zichzelf voor ons heeft overgeleverd als een gave en een offer van welriekende geur voor God. Ontucht echter en onreinheid of hebzucht mag onder u zelfs niet genoemd worden, zoals het heiligen past; evenmin iets oneerbaars, onbehoorlijke scherts of dubbelzinnige taal, die niet te pas komt; maar veeleer gebeden van dankzegging. Want weet en beseft het wel: niemand, die zich overgeeft aan onkuisheid of onreinheid of aan hebzucht – wat afgodendienst is – zal een erfdeel ontvangen in het rijk van Christus en van God. Laat niemand u misleiden met ijdel gepraat; want om zulke dingen komt Gods toorn over de weerspannige mensen. Daarom moet gij met hen niet meedoen. Want vroeger waart gij duisternis; maar nu zijt gij licht, in de Heer. Gedraagt u dus als kinderen van het licht. De vrucht namelijk van het licht bestaat in louter goedheid en rechtvaardigheid en waarheid.
Evangelie
Lc. 11, 14-28
In die tijd dreef Jezus een duivel uit, die stom was. En toen Hij de duivel uitgedreven had, begon de stomme te spreken, en de menigte stond verbaasd. Maar sommigen onder hen zeiden: Door Beëlzebub, de vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit! En anderen, die Hem op de proef wilden stellen, verlangden van Hem een teken uit de hemel. Maar Hij kende hun gedachten, en zei tot hen: Ieder rijk, dat innerlijk verdeeld is, zal ten gronde gaan, en het ene huis zal op het andere vallen. Wanneer dus ook de Satan innerlijk verdeeld is, hoe zal zijn rijk dan kunnen standhouden? Gij zegt immers dat Ik door Beëlzebub de duivels uitdrijf. Maar als Ik door Beëlzebub de duivels uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn. Doch als Ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf, dan is inderdaad het rijk van God onder u gekomen! Zolang een sterke man in volle wapenrusting zijn erf bewaakt, is geheel zijn bezit in veiligheid. Maar als er iemand komt, die sterker is dan hij, en hem overmeestert, dan ontneemt hij hem al zijn wapens, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit. Wie niet mét Mij is, is tégen Mij, en wie niet verzamelt met Mij, verstrooit! Wanneer de onreine geest uit iemand is weggegaan, zwerft hij rond in dorre streken, waar hij zoekt naar rust. En als hij die niet vindt, zegt hij: Ik ga terug naar mijn huis, waar ik ben uitgegaan! En bij zijn komst vindt hij het schoongeveegd en in orde gebracht. Dan gaat hij zeven andere geesten halen, nog bozer dan hijzelf, en zij treden daar binnen, en vestigen er hun verblijf. Zo wordt de laatste toestand van die mens nog erger dan de eerste. En terwijl Hij zo sprak, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: Welzalig de schoot, die U mocht dragen, en de borst, die U mocht voeden! Maar Hij zei: Ja, waarlijk zalig zij, die het woord Gods aanhoren en het bewaren!
Overweging
In de lezingen van deze derde zondag van de Vasten legt de Kerk wederom de nadruk op de heiligheid die ons christelijk leven moet kenmerken.
In de lezing aan de Efesiërs worden wij opgeroepen navolgers van God te zijn. Dat betekent, zo zegt de lezing, dat wij moeten leven in de liefde van Christus, zoals Hij ook ons heeft liefgehad, door ons oude aardse zondige leven af te leggen, dat bestaat uit onwaarheid en onzuiverheid; wij moeten voortaan leven als heiligen in Christus. Hierin raakt de lezing precies onze opdracht tot heiligheid aan, en geeft midden in de vastentijd ons opnieuw de kans om onze levenswandel te overwegen en om daarin eventueel correcties aan te brengen.
Die onaangename vragen over ons eigen leven zouden wij ons eens in alle eerlijkheid moeten stellen. Indien wij dat niet doen, dan blijven wij namelijk in de schaduw wandelen en kunnen wij God niet duidelijk zien. De lezing waarschuwt ons voor wat er zal gebeuren met degenen die in het oude leven van laster en onzuiverheid blijven hangen. Zij zullen geen erfdeel ontvangen in het rijk van Christus, zegt de apostel Paulus, omdat dit afgodendienst is.
Welk een opdracht is aan ons gegeven en welk een verandering zal er in ons leven moeten plaatsvinden als wij in de genade van God als Zijn kinderen willen leven. Het is goed dat wij de heilzame gewoonte aanleggen om dagelijks onze levenswandel in een kort gewetensonderzoek te beproeven. Op die manier kunnen wij bij de eerste tekenen van misleiding spoedig opnieuw ons leven richten op de liefde van God in Jezus Christus. Dat is ook de vermaning aan ons, waarmee de lezing wordt beëindigd: “Gedraagt u dus als kinderen van het licht”.
In het Evangelie van deze zondag wordt de gedachte over het oude leven in zonde en het nieuwe leven in de genade in alle duidelijkheid uitgebeeld. Wij zouden misschien kunnen denken dat beide met elkaar kunnen co-existeren, maar deze dodelijke illusie wordt eens en voor altijd door Christus Zelf ontmanteld. Hij zegt tot ons dat ieder rijk dat innerlijk verdeeld is te gronde zal gaan. Die verdeeldheid bestaat hierin dat het goede en het kwade niet in één-en-dezelfde persoon tegelijk kunnen bestaan. Voor ons betekent dit concreet en zonder twijfel dat wij in de genade óf in de zonde leven. Anders gezegd: dat wij deel hebben aan het eeuwig leven of dat wij door de zonde tot het hellevuur gevallen zijn.
Met dit Evangelie wil de Kerk ons sterken in de strijd tegen de duivel, die wij tijdens het vasten met nieuwe ijver aangaan. Dat Christus in het Evangelie een duivel uitdrijft toont aan de zondaar dat de genade sterker is dan de zonde. Het laat ook zien dat er voor de zondaars op aarde nog altijd hoop bestaat, die ligt namelijk in de onvoorwaardelijke overgave aan de wet van Christus. Wij moeten de moed opbrengen om onze ogen op Hem te fixeren. Als onze ogen altijd op Hem zijn gericht, dan worden wij zozeer verblind door Zijn heerlijkheid en dan wordt onze ziel zodanig bevangen door het verlangen om deel te hebben aan Zijn liefde dat zij niet meer aarzelt het kruis te omhelzen. Wij moeten Hem willen aanzien en onze geest terugbuigen, keer op keer, van het geschapene naar God, dus ons steeds afwenden van het aardse en omkeren naar God.
Aan het einde van dit zondagsevangelie horen wij uit de mond van een vrouw die haar stem verhief een zalige lofprijzing aan de heilige Moeder Gods: “Zalig de schoot die U mocht dragen en de borst die U mocht voeden”. Het antwoord van Christus hierop is voor ons een woord van hoop en bemoediging: “Ja waarlijk zalig zijn zij, die het Woord Gods aanhoren en het bewaren”. Nemen wij dus in de strijd van dit leven onze toevlucht bij de Zoete Moeder en bewaren wij, zoals zij dat deed, het Woord Gods. Het bewaren van Zijn Woord zal ons tot zaligheid en eeuwig leven dienen.
22 maart 2025
Nieuwe biechtspiegel verschenen
Er is een nieuwe Nederlandstalige praktische biechtspiegel voor volwassenen verschenen. Deze biechtspiegel is een uitstekende hulp om u voor te bereiden op een goede biecht. Deze bevat zowel de geestelijke voorbereiding met gebeden als de praktische uitleg van de geboden Gods, de geboden van de Kerk, en de hoofdzonden.
In het gewetensonderzoek onderzoeken wij zorgvuldig onszelf en ons leven ten overstaan van God, maar zonder angstvalligheid. Met kinderlijk vertrouwen herinneren wij ons Zijn goddelijke aanwezigheid en plaatsen wij ons heel bewust in Zijn licht.
De biechtspiegel dient ter ondersteuning van het geheugen en is een uitstekend middel dat het geweten helpt vormen. Het zou echter een misverstand zijn hem te beschouwen als een volledige lijst van zonden en van alle persoonlijke plichten van een christen in de wereld. Hij kan geenszins een goede catechese over de biecht vervangen.
De biechtspiegel is verkrijgbaar achter in de kerk. Een vrijwillige bijdrage wordt op prijs gesteld.
19 maart 2025
Sint Jozef, laat ons loven
Sint Jozef, laat ons loven
uw reinheid, zuiver als het licht.
Een engel kwam van boven
met nooit doorgrond bericht:
Uw Bruid zou maagd en moeder zijn.
Hoe stond uw droom vol hemelschijn.
Uit wie gij had verkoren
werd God geboren.
Sint Jozef, laat ons loven
uw tedere goedheid en uw kracht.
Een kindje kwam van boven,
Dat weende heel de nacht:
De last leek zwaar, de toekomst bang,
maar ver zong heldere engelenzang.
Ge wist wel wat te geven:
Ge geeft uw leven.
Sint Jozef, laat ons loven
uw trouw, in eenvoud tot de dood.
Uw bijstand komt van boven
met troost in elke nood:
De wind vlaagt op, het weer wordt zwaar,
maar verre blinkt de hemel klaar.
Och, help ons, goedgezinden,
eens Jezus vinden.
19 maart: Heilige Jozef, bruidegom van de heilige maagd Maria, belijder, patroon van de Kerk en van onze parochie, hoogfeest
Van de heilige Jozef is niet veel bekend. Slechts uit de periode dat hij verloofd was met de heilige maagd Maria en toen Jezus kind was komen wij de naam van Jozef tegen. Hij was een toegewijd echtgenoot en een liefdevolle vader.
Zijn eerste feestdag viert hij samen met Jezus en Maria (feest van de Heilige Familie). Juist door zijn eenvoud en liefdevolle zorg heeft hij in de loop der tijden veel verering gekregen bij de gelovigen, die in hem een voorbeeld zagen van oprechte naastenliefde.
In de 15e eeuw komt zijn verering op gang. Hij werd vooral bewonderd door de heilige Birgitta van Zweden en de heilige Bernardus van Siena. Zijn feestdag werd in het jaar 1621 definitief op 19 maart voorgeschreven. Paus Pius IX verhief Sint Jozef in 1870 tot patroon van de gehele Kerk. Paus Johannes XXIII heeft de naam van Jozef opgenomen in de Canon van de heilige Mis.
Sint Jozef is patroon van de stervenden en van een zalige dood, want bij zijn sterven waren Jezus en Maria aanwezig. Verder is hij patroon van echtparen, kinderen, christelijke gezinnen, jeugd, wezen, kuisheid, arbeiders, houthakkers, timmerlui, meubelmakers, ingenieurs, begrafenisondernemers, opvoeders, uitgestotenen en reizigers, en patroon bij oogaandoeningen en hopeloze zaken. Hij is tevens patroon tegen bekoringen en woningnood.
18 maart 2025
18 maart: Heilige Cyrillus van Jeruzalem, bisschop, belijder en kerkleraar (gedachtenis)
Als hier iemand slaaf is van de zonde, laat hij dan helemaal klaarstaan om door het geloof bevrijd en herboren te worden als kind van God. Enerzijds moet hij de ellendige slavernij van de zonde afleggen, anderzijds de gelukzalige slavernij van de Heer aannnemen; zo moet hij het rijk der hemelen als erfdeel verdienen. Door de belijdenis van uw zonden moet ge 'de oude mens, die te gronde gaat aan zijn bedrieglijke begeerten, afleggen' (Ef. 4, 22), en hierdoor moet ge u bekleden met 'de nieuwe mens die op weg is naar het ware inzicht, zich vernieuwend naar het beeld van zijn Schepper (Kol. 3, 10). Door het geloof moet ge 'het handgeld van de Geest' (2 Kor. 1, 22) verkrijgen om opgenomen te kunnen worden in de eeuwige tenten' (Lc. 16, 9). Nadert tot het merkteken met zijn diepe betekenis, om door de Heer herkend te worden. Sluit u aan bij de heilige, geestelijke kudde van Christus, om eens aan zijn rechterhand geplaatst te worden en het eeuwig leven, dat voor u bereid is, te verkrijgen (vgl. Mt. 25, 33-34). Want degenen die nog bekleed zijn met het ruige bokkevel van hun zonden, die komen aan de linkerhand terecht; ze hebben immers niet beantwoord aan de genade van God, die gegeven wordt door Christus bij de wedergeboorte in het doopsel. Ik bedoel hier niet de wedergeboorte van het lichaam, maar de geestelijke wedergeboorte van de ziel. Het lichaam wordt immers geboren door middel van de zichtbare ouders, maar de ziel wordt herboren door het geloof. Want de Geest blaast waarheen Hij wil (vgl. Joh. 3, 8). Als ge het verdient, kunt ge de woorden horen: 'Uitstekend, goede en trouwe dienaar' (Mt. 25, 21), wanneer namelijk blijkt dat ge een zuiver geweten hebt zonder schijnheiligheid.
Als nu iemand van de hier aanwezigen meent de genade op de proef te kunnen stellen, bedriegt hij zichzelf en miskent hij de kracht. Mens, houd uw geest vrij van valse schijn, omwille van Hem 'Die harten en nieren doorgrondt' (Ps. 7, 10).
Het juiste tijdstip om uw zonden te belijden is nu aangebroken. Belijd wat gij verkeerd gedaan hebt, zowel in woorden als in daden, zowel 's nachts als overdag. Belijd dit 'op de gunstige tijd', en ontvang op de dag van het heil' (2 Kor. 6, 2) de schat in de hemel. Reinig het vat dat gijzelf zijt, dan kan het meer genade bevatten. De vergeving van de zonde wordt namelijk aan allen zonder onderscheid gegeven, maar de gemeenschap met de Heilige Geest wordt geschonken naar de mate van ieders geloof. Als ge weinig moeite doet, zult ge weinig ontvangen, maar als ge veel werk verzet, zal er veel loon zijn. Ge loopt voor uzelf, kijk dan ook naar uw eigenbelang.
Als ge iets tegen iemand hebt, vergeef het hem dan. Ge komt hier om vergeving van de zonden te verkrijgen, dan moet ook gij genade schenken aan degene die u iets misdaan heeft.
Uit: de onderrichtingen van de heilige Cyrillus, bisschop van Jeruzalem (+386)
Wie zijn zonden verheelt, zal geen voorspoed kennen, maar wie ze belijdt en ze nalaat, zal barmhartigheid ondervinden. (Spr. 28, 13)
16 maart 2025
Tweede zondag van de vasten
Epistel
1 Tess. 4, 1-7
Broeders, gij hebt van ons geleerd, hoe gij u moet gedragen en aan God welgevallig zijn; wij bidden u daarom en bezweren u bij de Heer Jezus uw levenswandel zo ook in te richten, om zodoende nog meer vooruit te gaan. Gij kent immers de geboden, die ik u gegeven heb namens de Heer Jezus. Dit toch is de wil van God: dat gij heilig wordt; gij moet u onthouden van onkuisheid; onder u moet ieder zich een vrouw weten te verwerven in heiligheid en ere, niet in hartstocht en begeerlijkheid, zoals de heidenen, die God niet kennen. Laat niemand zich te buiten gaan en in deze zaak de rechten schenden van zijn broeder. Immers de Heer zal dit alles wreken, zoals wij u vroeger reeds gezegd en verzekerd hebben. God immers heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar om heilig te worden, in Christus Jezus, onze Heer.
Evangelie
Mt. 17, 1-9
In die tijd nam Jezus Petrus, Jacobus en diens broeder Johannes met Zich mee, en bracht hen op een hoge berg, waar zij alleen waren. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn aangezicht straalde als de zon, en Zijn klederen werden wit als sneeuw. En opeens verschenen hun Mozes en Elias, die met Hem spraken. Petrus nu nam het woord en zei tot Jezus: Heer, het is ons goed hier te zijn! Als Gij wilt, laten wij hier dan drie tenten bouwen: één voor U, één voor Mozes en één voor Elias. Terwijl hij nog sprak, overschaduwde hen op eenmaal een lichtende wolk; en plotseling klonk er uit de wolk een stem, die sprak: Deze is Mijn veelgeliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luistert naar Hem! Toen de leerlingen dit hoorden, vielen zij op hun aangezicht neer en werden zeer bevreesd. Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: Staat op, en vreest niet! Toen sloegen zij hun ogen op, en zagen niemand meer dan Jezus alleen. En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: Spreekt met niemand over deze verschijning, voordat de Mensenzoon van de doden is opgestaan.
Overweging
De apostelen konden zich moeilijk verenigen met de gedachte aan het lijden en de dood van de Messias. Door Zijn glorievolle gedaanteverandering gaf Christus hun nogmaals het bewijs van Zijn godheid en een voorafbeelding van Zijn verrijzenis. Om ons aan te zetten tot hernieuwde ijver gedurende deze heilige vastentijd, toont de Kerk ons vandaag eveneens het beeld van de verheerlijkte Christus.
Het Evangelie van de gedaanteverandering des Heren bereikt zijn hoogtepunt in de woorden van de stem van God de Vader uit de wolk: “Deze is Mijn geliefde Zoon in Wie Ik Mijn welbehagen heb, luistert naar Hem.” Vanaf dat moment zal dus de stem van de Zoon weerklinken, en naar Hem moeten wij luisteren. De stem van de hemelse bruidegom is niet verstomd met het heengaan van Jezus van deze aarde; zij klinkt nog steeds door de verkondiging van Zijn heilige katholieke Kerk. Door deze Kerk -- Zijn mystieke Lichaam –- spreekt Hij nog steeds tot ons, en naar Zijn stem moeten wij luisteren.
Het is de stem die spreekt over het kruis en de vreugde van de geest; tegelijkertijd over zelfverloochening en hemelse beloften, over het rijk Gods en de Wil van God, over de liefde voor God en voor alle mensen. Laat het ook gezegd worden: deze hemelse stem is niet de luide stem die de wereld beheerst en die zo gemakkelijk wordt verstaan en zo gewillig begrip en gehoor vindt in onze moderne samenleving, omdat de donkere ondergrond van deze wereldse stem de lagere en onedele lusten van de mens aanspreekt: begeerlijkheid van het vlees en de ogen, rebellie tegen God en Zijn ordening. Achter deze wereldse stem staat degene die zich bij voorkeur hult in de gestalte van de engel van het licht en het gehele orkest van wereld en vlees blijft dirigeren, de satan.
De stem van de hemel is de stem die ons oproept om de wereld en haar lusten achter te laten en de hemelse vreugden reeds nu te beleven door het geloof en de dienst in de heilige Kerk. Het is de stem die ons oproept tot heilige zuiverheid in leven, woord en daad.
Dat is waartoe wij geroepen zijn om te bereiken: door het vasten de ziel te bevrijden van de tirannie van deze wereld, opdat onze ziel in staat is om te luisteren naar de stem vanuit de hemel. Om ons te bevrijden moeten wij de oude mens laten sterven en met haar alle verlangens van de wereld waarmee satan ons gebonden houdt. Wij moeten het hoge hemelse ideaal meer beminnen dan het kortzichtige aardse gevoel van plezier en het leven in het vlees van de oude mens. Weet dat de oude mens reeds veroordeeld is om eeuwig opgesloten te zijn in het hellevuur en dat alleen de nieuwe mens, die leeft door de rechtvaardigheid van de Godmens Jezus Christus, de hemelse vreugde kan binnentreden. Nu is er nog tijd om ons leven om te keren en daardoor deel te krijgen aan de belofte.
15 maart 2025
Stille Omgang
Cor meum tibi offero piissime Iesu,
noli me despicere.
Regna in me per fidem et caritatem,
impetra in me ut in omnibus tibi obediam
omnibus diebus vite meae.
Mijn hart bied ik u aan, allerzoetste Jezus,
veracht mij niet.
Regeer over mij door geloof en liefde,
geef dat ik U in alles gehoorzaam zal zijn,
alle dagen van mijn leven.
Op 15 maart 1345 lag een man in een huis aan de Kalverstraat ziek op bed en vreesde te sterven. Hij liet een priester roepen om hem te bedienen en van het heilig Sacrament te voorzien. Na het nuttigen van de hostie kreeg de zieke braakneigingen en moest tenslotte overgeven. Uit eerbied - want in zijn braaksel zouden immers nog resten van het heilig Sacrament aanwezig kunnen zijn - werd zijn braaksel in het brandende haardvuur geworpen. Na verloop van tijd bleek dat hij niet alleen de hostie onbeschadigd had uitgebraakt, maar dat het vuur bovendien het heilig Sacrament niet had aangetast.
De hostie werd door de priester van de Oude of Sint-Nicolaaskerk bij het huis van de zieke opgehaald en naar de kerk gebracht, maar keerde de volgende dag vanuit de kerk op wonderbaarlijke wijze in het huis van de man terug. Het was een nieuw mirakel dat zich daarna nog twee maal herhaalde.
De priester begreep dat het klaarblijkelijk Gods bedoeling was om de plaats waar het Mirakel had plaatsgevonden openbaar te maken. Daarop bracht hij de hostie in een grootse processie van het huis van de zieke naar de Oude Kerk terug. Deze processie werd later feestelijk herhaald.
Amsterdam werd een populair pelgrims- of bedevaartsoord. Langs de Heiligeweg stroomden de bezoekers toe naar de Heilige Stede, om in de stad van het Mirakel verlichting te vragen bij ziekte en ander onheil. Een van de belangrijkste pelgrims was Maximiliaan van Oostenrijk, koning in Duitsland. Uit dank voor zijn genezing zou hij Amsterdam in 1489 het recht hebben verleend om de koningskroon op te nemen in het stadwapen. Toen Maximiliaan negentien jaar later tot Duits keizer werd gekozen, veranderde dat in de keizerskroon. Deze bekroont nog altijd de toren van de Westerkerk.
In 1578 zou de kapel in bezit genomen worden door de protestanten. Processies vonden niet meer plaats. Maar vanaf 1887 werd de traditie weer hervat; nu als een zwijgende processie, zonder kerkelijke versiering en gelopen in de nacht, want de katholieken wilden het Mirakel toch eerbied betonen en processies waren in die tijd verboden. Zo onstond de Stille Omgang die tot op de dag van vandaag jaarlijks wordt gelopen.
13 maart 2025
Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 15 maart 2025 om 13.00 uur
Tweede spreker in de reeks voorjaarslezingen van de Sint-Nicolaasacademie is Inigo Bocken, hoogleraar mystieke theologie aan de KU Leuven en universitair hoofddocent aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Op zaterdag 15 maart spreekt hij over de heilige Titus Brandsma, met name over diens betekenis als intellectueel en filosoof.
De toegangsprijs voor de lezing bedraagt € 7,50.
Zie: De website van de academie.
12 maart 2025
Quatertemperdagen in de vasten
![]() |
Quatertemperdagen zijn dagen van boete, inkeer, gebed, vasten en onthouding bij de wisseling van de seizoenen. |
Dit jaar vallen de Quatertemperdagen in de vasten - ter voorbereiding op het Paasfeest - op woensdag 12, vrijdag 14 en zaterdag 15 maart.
Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962, dat wij in de personele parochie H. Jozef bij de Agneskerk volgen. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) Het zijn dagen van boete, inkeer, gebed, vasten en (gedeeltelijke) onthouding bij de wisseling van de seizoenen of ter voorbereiding op een groot feest, zoals Pasen.
De woensdag en de zaterdag zijn gedeeltelijke onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is sowieso een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.
Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.
11 maart 2025
Conferentie Legioen Kleine Zielen op woensdag 12 maart
De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; op woensdag 12 maart wordt na de heilige Mis en het lof de conferentie voortgezet over het artikel van pater Mariusz Zima, priester van het Legioen Kleine Zielen uit Chevremont, getiteld 'Kleine Bloem van Jezus'.
Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Lof
12.30 uur: Conferentie in de pastorie met koffie en thee (tot circa 14.00 uur).
Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.
10 maart 2025
Van 10 tot en met 18 maart: Noveengebed tot de heilige Jozef
Vandaag, 10 maart, is negen dagen voor het feest van Sint Jozef en is de eerste dag van de Jozefnoveen voorafgaand aan zijn feestdag.
Noveengebed
Heilige Jozef, u bent de trouwe beschermer en bemiddelaar van allen die u liefhebben en vereren. U weet dat ik vertrouwen in u heb en dat ik, na Jezus en Maria, tot u kom als een voorbeeld van heiligheid, want u bent bijzonder dicht bij God. Daarom beveel ik mezelf, met allen die mij dierbaar zijn en allen die mij toebehoren, nederig tot uw voorspraak aan. Ik smeek u, door uw liefde voor Jezus en Maria, mij niet in de steek te laten tijdens mijn leven en mij bij te staan in het uur van mijn dood.
Roemrijke Sint Jozef, bruidegom van de Onbevlekte Maagd, bid voor mij dat ik een zuivere, nederige, liefdadige geest en volmaakte overgave aan de goddelijke Wil mag verkrijgen. Wees mijn leidsman, mijn vader en mijn voorbeeld in het leven, opdat ik kan sterven, zoals u, in de armen van Jezus en Maria. Liefdevolle Sint Jozef, trouwe volgeling van Jezus Christus, ik verhef mijn hart tot u om uw krachtige voorspraak af te smeken om van het goddelijk Hart van Jezus alle genaden te verkrijgen die nodig zijn voor mijn geestelijk en tijdelijk welzijn, in het bijzonder de genade van een gelukkige dood, en de bijzondere genade waar ik u nu om smeek:
(Noem uw verzoek.)
Beschermer van het vleesgeworden Woord, ik heb er alle vertrouwen in dat uw gebeden namens mij genadig zullen worden verhoord voor de troon van God.
Zeer rechtvaardige Jozef, bid voor ons!
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
9 maart 2025
O Hoofd vol bloed en wonden (Bach)
O Hoofd, vol bloed en wonden,
met smaad gedekt en hoon,
o god'lijk Hoofd omwonden
met scherpe doornenkroon!
O Gij, Die and're kronen
en glorie waardig zijt:
Ik wil mijn hart U tonen,
dat met U medelijdt.
O Hoofd, vol bloed en wonden,
o Gods onschuldig Lam,
Dat voor der mensen zonden
de schulden op Zich nam!
Wat zal ik U dan geven
voor zoveel smaad en smart?
Heer, neem mijn korte leven,
Heer, neem mijn schamel hart!
En als ik eens moet strijden,
mijn allerlaatsten strijd,
wil ik nog eens belijden
dat Gij mijn Heiland zijt.
O Hoofd, vol bloed en wonden,
o Hoofd, vol smart en smaad!
Wees in die laatste stonden
mijn hoogste toeverlaat.
Eerste zondag van de vasten
![]() |
Christus (midden) stuurt de duivel (rechts) weg. |
Epistel
2 Kor. 6, 1-10
Broeders, wij vermanen u te zorgen, dat gij Gods genade niet ontvangt zonder vrucht. Want er staat geschreven: "Op de tijd, die Mij behaagt, ga Ik u verhoren, en op de dag des heils, kom Ik u helpen." Zie, thans is het de tijd, die Hem behaagt, nu is het de dag van het heil. En aan niemand geven wij ook maar de minste aanstoot, opdat er geen smet geworpen worde op ons ambt; maar wij willen ons in alles tonen als dienaren van God, door veel geduld, in wederwaardigheden en noden en moeilijkheden, in geselslagen en gevangenschap en volksoploop, in zwoegen en waken en vasten; door reinheid en kennis - door lankmoedigheid en goedheid; door de Heilige Geest, door ongeveinsde liefde, door prediking van waarheid en door kracht van God; met de wapenen der gerechtigheid in rechter- en linkerhand; onder eer en smaad, - onder kwade of goede naam; als bedriegers, en toch waarachtig, - als onbekend, en toch welbekend; als bijna dood, en zie, wij leven; als geslagen en toch niet gedood; als bedroefde mensen, maar toch altijd blij; als arm, en toch maken wij velen rijk; als mensen, die niets hebben, en toch alles bezitten.
Evangelie
Mt. 4, 1-11
In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd, om door de duivel bekoord te worden. En na veertig dagen en veertig nachten gevast te hebben, gevoelde Hij tenslotte honger. Toen kwam de bekoorder tot Hem en zei: Als Gij de Zoon van God zijt, zeg dan, dat deze stenen brood worden. Doch Hij gaf ten antwoord: Er staat geschreven: "De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord, dat voortkomt uit de mond van God!" Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, en plaatste Hem boven op de tinne van de tempel, en sprak tot Hem: Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden; er staat immers geschreven: "Hij heeft over U bevelen gegeven aan Zijn engelen; en zij zullen U op de handen dragen, opdat Gij Uw voet niet zoudt stoten aan een steen." Maar Jezus zei tot hem: Oók staat er geschreven: "Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen!" Nogmaals nam de duivel Hem mee, naar een zeer hoge berg, en toonde Hem alle koninkrijken der wereld met hun heerlijkheid, en zei tot Hem: Dit alles zal ik U geven, als Gij neervalt en mij aanbidt. Toen sprak Jezus tot hem: Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: "De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen!" Toen ging de duivel van Hem weg, en er kwamen engelen, die Hem dienden.
Overweging
Aan het begin van Zijn openbare leven bracht Jezus veertig dagen door in de woestijn. Daar werd Hij bekoord door de duivel. Het nadenken over de bekoringen van Jezus in de woestijn is voor ons een uitnodiging om te antwoorden op een fundamentele vraag: wat is nu echt belangrijk in mijn leven? In de eerste bekoring doet de duivel aan Jezus het aanbod een steen in brood te veranderen om Zijn honger te stillen. Jezus antwoordt dat de mens van brood leeft, maar niet alleen van brood: Zonder een antwoord op de honger naar waarheid, de honger naar God, kan de mens niet gered worden.
In de tweede bekoring voert de duivel Jezus omhoog en biedt Hem de heerschappij over de wereld aan. Maar dat is niet de weg van God: Jezus is Zich volkomen bewust dat het niet de wereldse macht is die de wereld zal redden, maar de macht van het kruis, van de deemoed, van de liefde.
In de derde bekoring suggereert de duivel dat Jezus Zich van de bovenbouw van een tempelpoort naar beneden zou werpen, om dan door God gered te worden; dat wil zeggen, doe iets sensationeels om God Zelf op de proef te stellen; maar het antwoord is dat God geen object is om onze voorwaarden aan op te leggen: Hij is de Heer van het al.
Wat is nu de kern van de drie bekoringen waaraan Jezus werd blootgesteld? Het is het voorstel om God te instrumentaliseren, Hem te gebruiken voor de eigen interesses, de eigen glorie en het eigen succes. In wezen gaat het om zichzelf te stellen op de plaats van God, om Hem verwijderen uit Zijn Eigen bestaan en Hem daardoor overbodig te laten lijken. Iedereen dient zich dus af te vragen: welke plaats heeft God in mijn leven? En is Hij de Heer of ben ik dat?
Overwin de bekoring God te willen onderwerpen aan de eigen interesses en bekeer u tot de juiste orde door God de eerste plaats te geven; het is een weg die iedere christen steeds opnieuw dient te gaan. De uitnodiging tot bekering betekent: Jezus volgen en wel zo dat ons leven concreet wordt geleid door Zijn Evangelie; het betekent ons door God te laten veranderen; het betekent onszelf niet meer te zien als enige bouwer van het eigen bestaan; het betekent het feit te erkennen dat wij van God en van Zijn liefde afhankelijke schepsels zijn en dat wij alleen ons leven kunnen winnen door het in Hem te verliezen.
Dit vraagt om keuzen in het licht van het Woord van God. Vandaag de dag kan men niet langer christen zijn door deel uit te maken van een maatschappij die christelijke wortels heeft: Ook wie in een christelijk gezin is geboren en religieus werd opgevoed, dient de beslissing om christen te zijn dag na dag te hernieuwen. Dat betekent aan God de eerste plaats geven, ondanks alle bekoringen die gesuggereerd worden door een geseculariseerde cultuur, door de kritiek van veel tijdgenoten.
In feite staat de christen in de huidige maatschappij bloot aan vele beproevingen, die het persoonlijke en sociale leven raken. Het is niet gemakkelijk trouw te zijn aan het christelijk huwelijk; de barmhartigheid te praktiseren in het dagelijkse leven; ruimte te maken voor gebed en innerlijke stilte. Het is niet gemakkelijk openlijk keuzes af te wijzen, die velen voor lief nemen, zoals abortus bij ongewenste zwangerschap, euthanasie bij zware ziekte, of selectie van embryo's ter voorkoming van erfelijke ziektes. De bekoring het eigen geloof opzij te zetten is steeds aanwezig en bekering wordt dan een antwoord van het ik op God, dat in iemands leven verschillende keren bevestigd moet worden.
In deze Vastentijd hernieuwen wij onze verbondenheid met de weg van bekering. We kunnen zeggen dat de keuze tussen het opsluiten in ons egoïsme en het geopend zijn voor de liefde tot God, overeenkomt met de keuze waarvoor Jezus Zich gesteld ziet: de keuze tussen de menselijke macht en de liefde van het kruis; tussen een uitsluitend in het materiële welzijn geziene verlossing en een verlossing die volbracht wordt door het werk van God, aan Wie wij het primaat geven in ons bestaan. Zich bekeren betekent ervoor zorgen dat elke dag de waarheid, het geloof in God en de goddelijke liefde het belangrijkste zijn.
Paus Benedictus XVI (†)
tijdens de algemene audiëntie op Aswoensdag 13 februari 2013
7 maart 2025
Maart - Sint-Jozefmaand: Gebeden tot de heilige Jozef
Gebed tot de heilige Jozef
Tot u, heilige Jozef, nemen wij onze toevlucht in onze nood en, na de hulp van uw allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeken wij met vertrouwen ook uw bescherming af. Wij bidden u ootmoedig: zie goed-gunstig neer op het erfdeel dat Jezus Christus door Zijn Bloed heeft verworven, en help ons in onze noden door uw machtige bijstand. Dat vragen wij omwille van de liefde, die u heeft verbonden met de Onbevlekte Maagd en Moeder van God en omwille van de vaderlijke tederheid, waarmede gij het kind Jezus hebt omhelsd. Zorgzame bewaarder van het heilige Huisgezin, bescherm de uitverkoren kinderen van Jezus Christus. Liefderijke vader, verwijder van ons alle besmetting van dwaling en zedenbederf. Machtige beschermer, sta ons vanuit de hemel genadig bij in de strijd tegen de machten van de duisternis. En zoals gij weleer het kind Jezus uit het grootste levensgevaar hebt gered, zo verdedig nu ook de heilige Kerk van God tegen vijandelijke aanslagen en alle tegenwerking. Neem ieder van ons in uw blijvende bescherming, opdat wij naar uw voorbeeld en gesteund door uw hulp heilig leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in de hemel verkrijgen. Amen.
Litanie tot de heilige Jozef
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God, Zoon, Verlosser van de wereld,
God, Heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Jozef,
Roemrijke afstammeling van David,
Licht van de aartsvaders,
Bruidegom van de Moeder Gods,
Kuise bewaarder van de Maagd,
Voedstervader van de Zoon van God,
Zorgvolle verdediger van Christus,
Hoofd van het heilig Huisgezin,
Zeer rechtvaardige Jozef,
Zeer kuise Jozef,
Zeer voorzichtige Jozef,
Zeer sterke Jozef,
Zeer gehoorzame Jozef,
Zeer getrouwe Jozef,
Spiegel van geduld,
Beminnaar van de armoede,
Voorbeeld van de werklieden,
Luister van het huiselijk leven,
Beschermer van de maagden,
Steun van de huisgezinnen,
Troost van de ongelukkigen,
Hoop van de zieken,
Patroon van de stervenden,
Schrik van de duivels,
Beschermer van de heilige Kerk,
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Hij heeft hem aangesteld tot heer over Zijn huis. En tot beheerder van al Zijn bezittingen.
Laat ons bidden. God, die U in Uw onuitsprekelijke voorzienigheid hebt gewaardigd de heilige Jozef tot bruidegom van Uw allerheiligste Moeder te verkiezen; verleen, vragen wij, dat wij hem, die wij op aarde vereren als onze beschermer, tot voorspreker mogen hebben in de hemel. Gij, Die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
5 maart 2025
Deelgenoten aan Zijn vasten
Jezus heeft er velen die
Zijn hemels rijk liefhebben,
maar weinigen die
Zijn kruis dragen.
Hij heeft er velen die
verlangend zijn naar troost,
maar weinigen die
de beproeving wensen.
Hij vindt er heel wat die
Zijn tafel delen,
maar weinig
deelgenoten aan Zijn vasten.
Thomas a Kempis
Laudes Divinae
De uitstelling van het Allerheiligste Sacrament wordt afgesloten met een aantal lofprijzingen aan God, Jezus Christus, de Heilige Geest, H.H. Maria en Jozef, alle engelen en heiligen. Deze aanroepingen werden oorspronkelijk geschreven door de Italiaanse jezuIet Luigi Felici in 1797 uit eerherstel tegen allerlei vormen van blasfemie en heiligschennis. Sindsdien is de tekst aangevuld en uitgebreid door verschillende pausen tot het onderstaande:
Benedictus Deus.
Benedictum Nomen Sanctum eius.
Benedictus Iesus Christus, verus Deus et verus homo.
Benedictum Nomen Iesu.
Benedictum Cor eius sacratissimum.
Benedictus Sanguis eius pretiosissimus.
Benedictus Iesus in sanctissimo altaris Sacramento.
Benedictus Sanctus Spiritus, Paraclitus.
Benedicta excelsa Mater Dei, Maria sanctissima.
Benedicta sancta eius et immaculata Conceptio.
Benedicta eius gloriosa Assumptio.
Benedictum nomen Mariae, Virginis et Matris.
Benedictus sanctus Ioseph, eius castissimus Sponsus.
Benedictus Deus in Angelis suis, et in Sanctis suis.
Amen.
Gezegend zij God.
Gezegend zij Zijn heilige Naam.
Gezegend zij Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens.
Gezegend zij de Naam van Jezus.
Gezegend zij Zijn heilig Hart.
Gezegend zij Zijn kostbaar Bloed.
Gezegend zij Jezus Christus in het allerheiligste Sacrament des Altaars.
Gezegend zij de Heilige Geest, de Vertrooster.
Gezegend zij de verheven Moeder Gods, de heilige maagd Maria.
Gezegend zij haar heilige en onbevlekte ontvangenis.
Gezegend zij haar glorierijke tenhemelopneming.
Gezegend zij de naam van Maria, maagd en moeder.
Gezegend zij haar allerheiligste rozenkrans.
Gezegend zij de heilige Jozef, haar zuivere bruidegom.
Gezegend zij God in Zijn engelen en in Zijn heiligen.
Amen.
H. Moeder Teresa over aanbidding van het Jezus in het Allerheiligste Sacrament
"De tijd die je met Jezus in het Allerheiligste Sacrament doorbrengt
is de beste tijd die je op aarde zult doorbrengen.
Elk moment dat je met Jezus doorbrengt, zal je eenheid met Hem verdiepen
en je ziel voor eeuwig glorieuzer en mooier maken in de hemel,
en zal helpen om eeuwige vrede op aarde te bewerkstelligen."
H. Moeder Teresa
Litanie van eerherstel
Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, aanhoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Jezus liefde, al te vaak miskend en beledigd, geef dat wij U beminnen.
Jezus, goddelijk Kind, verlaten en vervolgd,
Jezus, bij Uw prediking door priesters en farizeeën gedwarsboomd en tegengesproken,
Jezus, Wiens Hart pijnlijker werd doorboord door onze ondank dan door de lans van de honderdman,
Jezus, liefde altijd levend en altijd nieuw in de heilige Eucharistie,
Jezus, treurend, omdat Uw bloed voor velen tevergeefs vergoten is,
Jezus, bedroefd om onze lauwheid,
Jezus, bijna als vreemde behandeld door hen, die Gij zo vaak bezoekt,
Jezus, steeds kloppend aan de deur van ons hart,
Jezus, Die in onze harten wil wonen,
Jezus, Die onze liefde vraagt tot vergoeding van alle ondankbaarheid,
Jezus, Die trouwe harten zoekt,
Jezus, Die medelijdende harten vraagt,
Jezus, Wiens goddelijk Hart één vlam van barmhartige liefde is,
Jezus, door ons berouw verblijd,
Van de ondankbaarheid, verlos ons, Heer.
Voor de lauwheid, behoed ons, Heer.
Met Uw goddelijke liefde, vervul ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, aanvaard ons hart als offer van eerherstel.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, maak ons edelmoedig.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, geef, dat wij U ons hart schenken.
Laat ons bidden.
Heer Jezus, Die ondanks onze zwakheid en onwaardigheid U gewaardigd hebt ons te openbaren, dat Gij van ons eerherstel verlangt voor de beledigingen, U door Uw meestbevoorrechten aangedaan, maak, dat wij in trouwe toewijding en ruim van hart ons aan dat eerherstel wijden.
Moge het zien van Uw lijden ons met heilige ijver bezielen; mogen wijzelf U liefhebben, en al onze krachten inspannen om Uw liefde te verbreiden. Dit vragen wij U bij de verdiensten van het kostbaar Bloed, dat Gij uit al Uw wonden en uit Uw goddelijk Hart hebt vergoten. Amen.
4 maart 2025
Pastoor van Ars over het Allerheiligste Sacrament
Niets is groter dan het Allerheiligste Sacrament.
Als God iets kostbaarders had gehad, dan zou Hij het ons gegeven hebben.
H. Johannes Maria Vianney (pastoor van Ars)
Eerbied voor het Allerheiligste Sacrament
Op Sacramentsdag in 2012 sprak paus Benedictus XVI z.g. als volgt:
"Tijdens het Laatste Avondmaal, heeft Jezus het sacrament van Zijn Lichaam en Bloed ingesteld, de gedachtenis van Zijn Paasoffer. Zo heeft Hij Zichzelf in de plaats van de oude offers gesteld, doch Hij deed dit in een ritueel, dat Hij Zijn apostelen bevolen heeft voort te zetten als het hoogste teken van het echte Sacrale, dat Hijzelf is.
De aanbidding is een daad van geloof en gebed tot de Heer Jezus, Die werkelijk aanwezig is in het Altaarsacrament. De band met Jezus’ Eucharistie ontstaat niet alleen in de heilige Mis, ook de overige essentiële tijd en ruimte moet vervuld zijn van Zijn aanwezigheid. Jezus’ blijvende aanwezigheid onder ons en met ons is een concrete, nabije aanwezigheid te midden van onze huizen; Hij is het Kloppende Hart van de stad, van het land, het grondgebied en zijn verschillende expressies en activiteiten. Het Sacrament van Christus’ liefde moet heel het dagelijks leven doordringen."
Devotie tot het Heilig Hart van Jezus: Waarom moeten wij eerherstel brengen aan Christus?
Hoe zouden onze oefeningen van ereboete Christus kunnen troosten, Die reeds verheerlijkt heerst in de hemelen? Wij antwoorden hierop met de toepasselijke woorden van Sint Augustinus: "Geef mij iemand, die bemint, en hij begrijpt wat ik bedoel".
Want ieder, die God oprecht liefheeft, ziet bij het overwegen van het verleden de Christus lijdend voor ons mensen, gekweld, bedroefd, het ontzettendste verdurend, "om ons mensen en voor ons heil" bijna bezwijkend onder droefheid, benauwdheden en versmadingen, ja, "vermorzeld om onze misdaden" (Jes. 53, 5) en ons genezend door Zijn wonden. En dit alles overwegen de vrome zielen des te meer naar waarheid, omdat de zonden en wandaden der mensen, op welke tijd ook bedreven, de oorzaak waren, waarom de Zoon Gods ter dood werd overgeleverd; ook thans zouden deze uiteraard Christus de dood aandoen met dezelfde smart en droefenis. Elke zonde immers wordt geacht op haar wijze het lijden des Heren te hernieuwen, "daar zij, zover het hen betreft, de Zoon van God kruisigen en bespotten" (Hebr. 6, 6).
Als dus de ziel van Christus ook om onze zonden, die nog in de toekomst lagen en die Hij voorzag, bedroefd is geworden tot de dood, dan lijdt het geen twijfel, of Hij heeft ook toen reeds geen geringe troost ondervonden uit ons eerherstel, eveneens door Hem voorzien, toen "een engel uit de hemel, Hem verscheen" (Lc. 22, 43) om Zijn door verdriet en benauwdheden terneergeslagen Hart te versterken.
En zo doende kunnen en moeten wij het Heilig Hart, dat door de zonden der ondankbare mensen zonder ophouden wordt gewond, ook nu nog op een wel wondere maar toch waarachtige wijze vertroosten, vooral daar Christus Zelf (zoals de liturgie ons doet lezen) bij monde van de psalmist Zich beklaagt van Zijn vrienden verlaten te zijn: "Gij weet hoe de smart Mij het Hart heeft gebroken. Ik hoopte op medegevoel; dit bleef achterwege; op troosters, doch ook hen vond Ik niet" (Ps. 68, 21).
Uit: De encycliek 'Miserentissimus Redemptor', over het eerherstel aan het Heilig Hart van Jezus - Paus Pius XI - 8 mei 1928
Litanie tot eerherstel aan het Allerheiligste Sacrament
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Heilig Sacrament, waarin Jezus Zelf tegenwoordig is, wij aanbidden U.
Heilig Sacrament, waardoor Jezus alle schatten van Zijn liefde meedeelt,
Heilig Sacrament, zoenoffer voor onze zonden,
Heilig Sacrament, onderpand van onze zaligheid,
Heilig Sacrament, wondervol gedenkteken van Jezus' liefde,
Heilig Sacrament, onze troost en onze sterkte,
Heilig Sacrament, aanbiddelijk geheim,
Heilig Sacrament, zo schaamteloos geloochend,
Heilig Sacrament, zo schandelijk verguisd,
Heilig Sacrament, zo diep vernederd,
Heilig Sacrament, zo dikwijls onteerd,
Heilig Sacrament, zo smartelijk bejegend,
Heilig Sacrament, zo gruwelijk ontheiligd,
Heilig Sacrament, zo ondankbaar versmaad,
O God, wees ons genadig, spaar ons, Heer.
O God, wees ons genadig, verhoor ons, Heer.
Voor de ontering van een zo heilig Sacrament, vergeving, Heer.
Voor zoveel slechte communies,
Voor zoveel oneerbiedigheden in de kerk,
Voor de ontheiliging van Uw tabernakelen,
Voor de gruwelijke heiligschennissen, aan de heilige Hostie gepleegd,
Voor het ongeloof van de dwalenden,
Voor de koelheid en onverschilligheid van zovelen,
Voor de vergetelheid, waarin men U laat,
Voor de smaad, waarmee men U bejegent,
Voor de verstrooidheid onder de heilige diensten,
Voor de weinige Godsvrucht jegens Uw heilig Sacrament,
Voor de nalatigheid in het bijwonen van de heilige Mis,
Voor hen, die hun paasplicht verzuimen,
Voor de vervolgers van de heilige Kerk,
Voor alles waar we zelf tekort zijn geschoten in eerbied, liefde en dankbaarheid ten opzichte van Uw goddelijk Sacrament,
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat het U behage, in ons het geloof en de eerbied voor dit Sacrament te vermeerderen,
Dat onze liefde tot U de haat van Uw vijanden altijd moge overtreffen,
Dat Gij onze akten van eerherstel gelieve te aanvaarden,
Dat Uw kostbaar Bloed niet om wraak, doch om genade en vergeving smeke,
Dat door de verdiensten van Uw heilig Hart alle rampen van ons mogen worden afgeweerd,
Dat Gij in ons altijd de ijver wilt verlevendigen en zegenen om de verering van Uw liefde-Sacrament meer en meer uit te breiden,
Dat het U behage, de vijanden van de Kerk te bekeren,
Dat Gij Zijne Heiligheid de Paus onder Uw bescherming wilt nemen,
Zoon van God,
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Christus, aanhoor ons, Christus, verhoor ons.
Onze Vader, Die in de hemel zijt...
Sla, o Heer, onze droefheid gade, en geef de luister terug aan Uw Naam.
Heer, verhoor mijn gebed, en mijn noodkreet kome tot U.
Laat ons bidden.
Liefderijke Jezus, Die in Uw oneindige liefde tot ons, liever de versmadingen van de zondaars hebt willen ondergaan, dan ons het goddelijk Sacrament onthouden; geef ons, bidden wij U, de genade, dat wij al de verguizingen en heiligschennissen, die U zijn aangedaan, met ware droefheid des harten bewenen, met heilige ijver vergoeden en met vurige verering herstellen; Die als God leeft en heerst met de Vader en de Heilige Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
3 maart 2025
De zeven boetepsalmen
De bozen waarover de psalmdichter spreekt, zijn voor de christen de vijanden van God en van zijn eigen zaligheid, namelijk de duivel, de wereld en het vlees. Sion en Jeruzalem zijn voor hem steeds het beeld van de Kerk respectievelijk de hemelse heerlijkheid.
Antifoon
Wees niet indachtig, Heer, wat wij of onze ouders hebben misdaan; en neem geen wraak over onze zonden.
Psalm 6: Domine, ne in furore tuo arguas me
Heer, straf mij niet in Uw toorn, en tuchtig mij niet in Uw gramschap. Ontferm U over mij, Heer, want ik ben ziek; genees mij, Heer, want mijn beenderen zijn geschokt. Mijn ziel is hevig ontsteld; o Heer, hoe lang talmt Gij nog? Keer U tot mij, Heer, en red mijn ziel; help mij om wille van Uw ontferming. Want in de dood is niemand U indachtig; wie prijst U in het dodenrijk? Ik ben moe van mijn zuchten, nacht aan nacht besproei ik mijn sponde, baad ik mijn leger in tranen. Mijn oog is dof van verdriet, ik ben verouderd te midden van al die mij haten. Gaat weg van mij, booswichten, allen, want God heeft mijn schreien verhoord. Verhoord heeft God mijn klagen, God heeft mijn gebed aanvaard. Al mijn vijanden zullen beschaamd worden en hevig ontstellen, in haast en vol schaamte zullen zij vluchten.
Eer aan de Vader...
Psalm 31: Beati quorum remissae sunt iniquitates
Gelukkig zij, wier schulden zijn vergeven en wier zonden zijn bedekt. Gelukkig de mens, aan wie de Heer zijn zonde niet toerekent en wiens geest vrij is van bedrog. Omdat ik haar verzweeg, is mijn gebeente verkwijnd, bij mijn luid geweeklaag heel de dag. Want bij dag en bij nacht drukte zwaar op mij Uw hand; mijn kracht is vergaan als in zomerse hitte. Mijn zonde heb ik U bekend gemaakt en U mijn ongerechtigheid niet langer verzwegen; Ik zei: ‘Mijn boosheid zal ik belijden aan de Heer’; en Gij hebt de schuld van mijn zonde vergeven. Daarom bid iedere vrome tot U, zolang hem de tijd is gelaten. En waarlijk, als het geweld der wateren zich uitstort, zal dit hem niet bereiken. Gij zijt mijn toevlucht in de kwelling die mij omgeeft; Gij, mijn vreugde, verlos mij van wie mij omringen. ‘Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij moet gaan; Ik houd mijn ogen op u gevestigd.’ Wordt niet als een paard of muildier zonder verstand; Men moet hen breidelen met toom en gebit; anders zijn zij u niet gehoorzaam. Talrijk zijn de kwellingen van de zondaar; maar wie op de Heer vertrouwt, wordt omgeven met genade. Verblijdt u in de Heer en jubelt, gij rechtvaardigen, en juicht, gij allen die oprecht zijt van hart.
Eer aan de Vader...
Psalm 37: Domine, ne in furore tuo arguas me
Heer, straf mij niet in Uw toorn, en tuchtig mij niet in Uw gramschap. Want Uw pijlen hebben mij getroffen, en zwaar drukt Uw hand op mij. Geen gezonde plek is in mijn vlees wegens Uw toorn, geen rust in mijn gebeente om wille van mijn zonden. Want mijn ongerechtigheden zijn mij boven het hoofd gestegen en als een zware last drukken zij mij neer. Mijn wonden zijn vervuild en ontstoken wegens mijn verdwazing. Ik ben ellendig en terneergedrukt bovenmate, de gehele dag ga ik in droefheid rond. Want mijn lendenen zijn geheel en al ontstoken, en geen gezondheid is er in mijn vlees. Bedroefd ben ik en vernederd uitermate, ik snik het uit bij het kermen van mijn hart. Heer, al mijn verlangen ligt voor U open, en mijn zuchten is U niet verborgen. Mijn hart is ontsteld, mijn kracht heeft mij begeven; en het licht van mijn ogen, zelfs dat moet ik derven. Mijn vrienden en verwanten keren zich ver van mijn plagen, En mijn genoten staan van verre; wie mij naar het leven staan, plegen geweld. Wie mijn onheil begeren, spreken leugentaal en zinnen geheel de dag op bedrog. Maar ik ben als een dove die niet hoort, en als een stomme die zijn mond niet opent; Ik ben geworden als een mens die niet luistert en wiens mond zich niet verweert. Maar op U, Heer, stel ik mijn vertrouwen; Gij zult mij verhoren, Heer, mijn God. Want ik zei: ‘Laat mijn vijanden zich niet over mij verheugen, niet tegen mij snoeven, als mijn voeten wankelen’. Ik ben de ondergang nabij, en mijn droefheid staat mij steeds voor ogen. Ja, ik beken mijn ongerechtigheid en ben bekommerd vanwege mijn zonde. Maar mijn vijanden leven en zijn machtiger dan ik, en talrijk zijn zij die mij trouweloos haten. Wie goed met kwaad vergelden, bestrijden mij, omdat ik streef naar het goede. Verlaat mij niet, o Heer, mijn God, blijf niet ver van mij verwijderd. Kom mij te hulp, Heer, mijn God en heil.
Eer aan de Vader...
Psalm 50: Miserere mei, Deus
Ontferm U over mij, o God, volgens Uw grote barmhartigheid. En delg mijn misdaad naar de rijkdom van Uw ontferming. Was mij geheel van mijn schuld en reinig mij van mijn zonde. Want ik ben mij van mijn misdaad bewust, en mijn zonde staat mij steeds voor de geest. Tegen U alleen heb ik gezondigd, gedaan wat kwaad is in Uw ogen; zo zult Gij rechtvaardig zijn in Uw vonnis en rein in Uw oordeel. Want zie, in ongerechtigheid ben ik ontvangen, en in zonde ontving mij mijn moeder. Gij bemint de oprechtheid des harten; Uw geheime en verborgen wijsheid hebt Gij mij ontvouwd. Besprenkel mij met hysop, en ik word rein; was mij, en ik word witter dan sneeuw. Laat me weer vreugde en blijdschap vernemen, dan zullen mijn verbrijzelde beenderen juichen. Wend Uw gelaat af van mijn zonden en delg al mijn misdaden uit. Schep een zuiver hart in mij, o God, en vernieuw in mij een vaste geest. Verwerp mij niet van Uw aanschijn en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg. Geef mij weer de vreugde van Uw heil en sterk mij met een willige geest. Bozen zal ik Uw wegen leren, en zondaars zullen zich tot U bekeren. Bevrijd mij van bloedschuld, o God, God van mijn heil, en mijn tong zal jubelen over Uw gerechtigheid. Heer, open mijn lippen, en mijn mond zal Uw lof verkondigen. Als Gij een slachtoffer wilde, ik zou het U schenken; maar in brandoffers hebt Gij geen behagen. Een offer voor God is een vermorzelde geest; een verbrijzeld en deemoedig hart zult Gij, God, niet versmaden. Wees Sion, Heer, in Uw goedheid genadig; herbouw Jeruzalems muren. Dan zullen onze gaven en brandoffers U als ware offeranden behagen; dan brengt men weer stieren op Uw altaar.
Eer aan de Vader...
Psalm 101: Domine, exaudi orationem meam
Heer, verhoor mijn gebed, en mijn geroep kome tot U. Wend Uw aangezicht niet van mij af, in de dagen van mijn kwelling neig tot mij Uw oor. Wanneer ik U aanroep, haast U mij te verhoren. Want mijn dagen vervliegen als rook en mijn beenderen verdorren als brandhout. Men maait mij als gras en dor is mijn hart, omdat ik vergeet mijn brood te eten. Door mijn aanhoudend zuchten kleeft mijn gebeente aan mijn vlees. Ik ben als een pelikaan in de woestijn, als een nachtuil te midden van de puinhoop. De slaap blijft ver van mij, en ik ben geworden als een eenzame mus op het dak. Geheel de dag beschimpen mij mijn vijanden, en wie eerst mij prezen, zweren mijn ondergang. As eet ik als brood, en mijn drank vermeng ik met tranen, Om wille van Uw toorn en uw verbolgenheid, omdat Gij mij hebt opgenomen en neergeworpen.
Mijn dagen gaan voorbij als een schaduw, en ik verdor als gras. Gij echter, Heer, blijft in eeuwigheid, en Uw aandenken van geslacht tot geslacht. Gij zult opstaan en U over Sion ontfermen, want het is tijd haar genadig te zijn, de tijd is gekomen. Want Uw dienaren hebben haar stenen lief en hebben deernis met haar puinen. Dan zullen, Heer, de volkeren Uw Naam vereren, en alle koningen der aarde Uw heerlijkheid,
Wanneer de Heer Sion heeft opgebouwd en zal verschijnen in Zijn heerlijkheid, Wanneer Hij nederziet op het gebed der verdrukten en hun smeken niet veracht. Moge dit worden opgeschreven voor het nageslacht, en het volk, dat geschapen zal worden, zal de Heer loven. Want Hij heeft neergezien uit Zijn verheven heiligdom; de Heer heeft uit de hemel neergezien op de aarde, Om het zuchten der gevangenen te horen en te verlossen hen die gedoemd waren ten dode, Opdat men in Sion de Naam des Heren verkondigt, en Zijn lof in Jeruzalem, Wanneer de volkeren zullen samenkomen en de koningen om de Heer te dienen. Hij heeft vóór de tijd mijn kracht gebroken, mijn dagen verkort. Neem mij niet weg op de helft mijner dagen, Gij wiens jaren duren door alle geslachten. In den beginne hebt Gij, Heer, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn het werk Uwer handen. Zij zullen vergaan, maar Gij blijft; als een kleed zullen zij alle verslijten. Als een mantel verwisselt Gij hen en worden zij vervangen; maar Gij blijft Dezelfde, en Uw jaren nemen geen einde. De zonen Uwer dienaren zullen wonen in veiligheid, en hun zaad zal blijven voor eeuwig.
Eer aan de Vader...
Psalm 129: De profundis clamavi ad te
Uit de diepten roep ik tot U, Heer; Heer, hoor mijn klagen. Laat Uw oor luisteren naar mijn roepen en smeken. Als Gij onze zonden indachtig blijft, Heer; Heer, wie zal stand houden? Maar bij U is vergeving, en wegens Uw wet mag ik op U, Heer, vertrouwen. Daarom vertrouwt mijn ziel op Uw woord, vertrouwt mijn ziel op de Heer. Van de morgenwake tot de nacht ziet Israël uit naar de Heer. Want bij de Heer is ontferming, en overvloedig is Zijn verlossing. Hij Zelf zal Israël bevrijden van al zijn zonden.
Eer aan de Vader...
Psalm 142: Domine, exaudi orationem meam
Heer, verhoor mijn gebed; luister naar mijn smeken volgens Uw trouw; verhoor mij volgens Uw gerechtigheid; en treed niet in gericht met Uw dienaar, want niemand die leeft, is rechtvaardig voor Uw ogen. Want de vijand vervolgt mijn ziel, vertreedt mijn leven ter aarde, doet mij wonen in de duisternis, gelijk aan hen die sinds lang zijn gestorven; daarom versmacht mijn geest in mij, is mijn hart ontsteld in mijn binnenste. Ik ben indachtig de dagen van ouds, overweeg al Uw werken, denk na over hetgeen Uw handen hebben volbracht. Ik strek mijn handen naar U uit; mijn ziel smacht naar U als een dorstig land. Verhoor mij haastig, Heer; mijn geest bezwijkt; wend Uw gelaat niet van mij af; dan zou ik zijn als zij die neerdalen in de grafkuil. Doe mij in de morgen Uw ontferming horen, want op U heb ik gehoopt. Maak mij de weg bekend die ik moet volgen, want tot U verhef ik mijn ziel. Ontruk mij aan mijn vijanden, Heer, tot U vlucht ik; leer mij Uw Wil te doen, want Gij zijt mijn God. Uw goede Geest geleide mij langs een effen pad; om wille van Uw Naam, o Heer, behoud mij in het leven, naar Uw gerechtigheid. Leid mijn ziel uit de benauwing en verdelg mijn vijanden naar Uw goedertierenheid, En richt te gronde allen die mij kwellen, want ik ben Uw dienaar.
Eer aan de Vader...
Antifoon
Wees niet indachtig, Heer, wat wij of onze ouders hebben misdaan; en neem geen wraak over onze zonden.